Ondertussen
Ze denkt dat ze eerst iets moet oplossen.
Pas daarna kan ze een volgende stap zetten in haar werk.
Tot die tijd houdt ze zichzelf een beetje stil.
Niet omdat ze niets wil. Integendeel.
Ze heeft een idee dat haar echt aan het hart gaat.
Werk waar ze voor wil staan.
Een bijdrage die anders is dan wat ze om zich heen ziet.
Maar telkens als ze dichterbij komt, gebeurt er iets.
Gedachten als:
Wie ben ik nou helemaal?
Ik belichaam dit nog niet eens.
Mensen gaan me raar vinden.
Haar lijf doet ook mee.
Spanning. Onrust.
De wereld wordt ineens groter en overweldigender.
Voor ze het weet verschuift haar aandacht.
Eerst steviger worden van binnen, wachten tot er meer rust of energie is.
Of uitzoeken wat er onderliggend nog opgelost moet worden.
Het helpt even.
De spanning zakt.
Maar het houdt haar weg van wat voor haar echt belangrijk is.
We leggen het samen op papier.
Aan de ene kant: alles wat haar op haar plek houdt.
Twijfel. Onzekerheid. Oude overtuigingen.
En het gedrag waarmee ze zichzelf tegen dat ongemak beschermt.
Aan de andere kant: wat voor haar van waarde is.
Het werk waar ze naartoe wil.
De bijdrage die ze wil leveren.
Niet perfect.
Maar wel echt.
Ze kijkt er een tijdje naar.
Beide kanten, tegelijk.
Dan zeg ik een zin die ik zelf ooit kreeg aangereikt:
Move before you are ready.
Ze lacht een beetje.
Alsof de zin tegelijk schuurt en oplucht.
We bedenken kleine stapjes.
Denkbeeldig steekt ze een teen in het koude water.
Daarmee verandert er iets in haar blik.
Ze ziet dat beweging niet pas begint als de twijfel weg is.
Dat je niet eerst vrij hoeft te zijn van angst of ongemak.
Dat je kunt bewegen met alles wat er is.
Al doende.
Niet daarna.
Maar ondertussen.
Ze zit anders in haar stoel.
Neemt meer ruimte.
Niet omdat alles opgelost is.
Maar omdat ze ziet dat ze kan beginnen.
beeld: John Ligda