De Kast
De houten commode is van het vriendelijke, ietwat doorgezakte soort. Het archief dat erin ligt opgeslagen is vertrouwd, maar doet me toch ook nu weer een beetje terugdeinzen.
Een eerste blik toont dicht op elkaar gepakte rijen schetsboeken en notitieboeken, gestapelde kistjes en dozen met foto’s, cassettes met dia’s en mappen voor allerlei. Het geheel oogt massief en hermetisch.
Dat archief, dat was ik, als kunststudent. Een gekoesterde, schijnbaar gestolde versie van mezelf.
Na een uitademing zie ik dat het met de orde eigenlijk wel meevalt. Het archief mag dan strak zijn opgeborgen, er zit meer leven in dan de eerste indruk suggereert.
De verzameling wordt deels bij elkaar gehouden door slungelige rubberen elastiekjes en opgekrulde henneptouwtjes. De boekkaften en mappen zijn van aaibaar, vezelig karton in vale kleuren. Hier en daar steken stukjes tekenpapier uit, en hoekjes van foto's met zacht geworden randen.
Gedreven door dat ene schetsbeeld dat ik dringend wil zien, pak ik de eerste kistjes weg, blader door de vrijgekomen stapel schetsboeken en doorzoek ook het rijtje daar weer achter.
Al snel valt de inhoud van de kast uit elkaar. Wat netjes naast elkaar stond, schuift schots en scheef over de planken en belandt in nieuwe combinaties om me heen op de grond.
Terwijl ik tussen de stapels blader, vergeet ik de schets waarnaar ik op zoek was. Een aantekening raakt een beeld. Een beeld raakt een gedachte. Een vormexperiment uit mijn studententijd blijkt onverwacht verwant aan iets waar ik vandaag mee bezig ben.
Los van tijd en plaats ontstaat er beweging. Niet van toen naar nu, maar kriskras door elkaar. Lijnen raken elkaar, laten elkaar los en duiken ergens anders weer op.
Wat me raakt, is dat die lijnen niet ophouden bij de randen van het archief. Vragen die ik toen stelde duiken ergens weer op. Fascinaties hebben andere vormen aangenomen. Sommige beelden hebben hun weg gevonden naar mijn werk van nu. Andere lagen jarenlang stil om zich ineens weer te melden.
Ik zie er niet één vroegere versie van mezelf in terug, maar lijnen die zich zijn blijven ontwikkelen.
Niet omdat er al die tijd een verborgen plan onder lag, maar eerder omdat zulke lijnen zich onderweg verbinden met nieuwe ervaringen, nieuwe vragen en nieuwe omstandigheden.
Voor makers voelt de vraag naar identiteit vaak als een opdracht. Wat is je signatuur? Waar sta je voor? Hoe profileer je jezelf? Alsof er ergens een definitieve versie van jezelf wacht om gevonden en benoemd te worden.
Kijkend naar de inhoud van deze kast komt een andere gedachte op. Misschien ontstaat richting niet uit het vastleggen van wie je bent, maar uit het herkennen van wat zich blijft aandienen. Niet als een kern die ontdekt wil worden, maar als iets dat zich blijft ontwikkelen.
Niet één verhaal, of één identiteit.
Eerder een verzameling lijnen die elkaar ontmoeten, verlaten en opnieuw kruisen.
Zoals hier.
In een oude kast.
Beeld: Emily Leonard